Mooie, he, deze moeder? Zij houdt een boos oog op mij, terwijl haar kleintjes ongestoord grassprietjes trekken. Om een familieportret te kunnen maken een paar jaar geleden, trok ik dan ook een paar uurtjes uit.
Archive for April, 2007

Ik ben best een durfal, maar soms wordt een mens nederig. Zoals hier. Niemand durft op het randje te gaan staan, ook ik niet, want het waait er stevig, aan zee. Maar als je kruipt naar het einde en gaat liggen, met je hoofd over de rand, dan vliegen je haren weg en je bril erachteraan als je niet uitkijkt. Maar veel mooier: er scheren vogels vlak langs je hoofd, op weg naar hun nesten in de rotsen. Een paar honderd meter beneden je breken de golven met luid geweld en met veel schuimkoppen op de kust.

Ik ben dol op allerhande opschriften. Of het nu om muurschilderingen of mozaieken gaat, of om vreemde verkeersborden. Zo verbaasde ik me een paar jaar geleden om het feit dat ik in de Spaanse roodverschroeide Pyreneeën bij 44 graden langs de weg een bord tegenkwam dat waarschuwde voor sneeuw. Ja, tuurlijk, over een half jaar weer wél van toepassing.
Maar deze vind ik echt nutteloos. Moet je hier strompelen? Raak je hier plotsklaps bejaard? Loop je hier de kans te botsen met andere wandelaars? Of moet je hier elkaar juist ontmoeten? Okee, niet te flauw: het betreft hier natuurlijk de aanduiding dat ik me op een wandelpad bevind. En wel in de buurt van Galway, Ierland. Dat zie je niet aan het bord, deze info doe ik er gratis ende voor noppes bij. Van Nordic Walking had God zij dank nog geen hond gehoord…
Maar dan nog? Welke kant moet ik op voor de goede route! Maak een van die mannetjes rood, en alle anderen die in dezelfde richting lopen, al is het met achtjes in het parcours… en de mannetjes in tegenovergestelde richten, laat die dan geel. Maar zo verdwaal ik hopeloos.

Nee, het is Parijs, aan het eind van een marktdag een paar jaar geleden. Maar aan het eind van de centrummarkt hier in Rotterdam zie ik ze ook wel eens schuifelen: bejaarden die rondscharrelen tussen het afval, op zoek naar nog bruikbare etenswaren. Zijn het altijd zwervers? Ik denk van niet. De dame hierboven ziet er toch niet shabby en verwaarloosd uit. Okee, het is winter en ze draagt geen sokken. Maar ze heeft toch wel een dikke muts op.
Ik denk dat het vaak gaat om ouderen die maar net (of dus eigenlijk net niet) kunnen rondkomen van hun staatspensioen of AOW. En dan helpen alle beetjes. Het stemt me treurig, zeker omdat ik een uurtje tevoren bijna alle lekkers op die markt kon kopen (Franse kaas!) wat ik maar wilde.
Vandaag een mooi lied gehoord bij De Wereld Draait Door van Kommil Foo. Een mooie vrije bewerking van ‘Meneer de President’ dat Boudewijn de Groot eeuwen geleden voor weer een andere oorlog schreef. Ik zeg het bewust zo, omdat de geschiedenis zich helaas lijkt te herhalen en onze presidenten maar weinig willen leren.
Ik fotografeerde menig demonstratie voor de SP. Dit is een foto uit een serie tegen de oorlog in Irak. We moeten naar mij persoonlijk idee heel goed nadenken of onze vredesmissies niet, al dan niet bedoeld, uitdraaien op meer geweld. Ben je niet zeker van de resultaten – hoezeer onze jongens en meisjes van onze defensie ook hun best doen – ga dan maar liever niet.

…tja, dan wis je wel eens een foto… Deze stond eigenlijk aan het begin van m’n Cubablog. Bas en ik, afgegooid door Bert op Schiphol, wachtend op het vliegtuig naar Havana, hopend op een staatsbegrafenis op de Plaza de la Revolucion…: inmiddels is Fidel Castro, naar mededeling van Chavez uit Venezuela, weer helemaal de oude en pakt ‘ie z’n werkzaamheden weer op.
En Bas en mij lukt het maar niet om te stoppen met roken… maar goed, voordat dat tien uur in een vliegtuig niet mag…

Pluk zonder achternaam. Toen ik ‘em kreeg was ‘ie negen weken oud en ik was het zesde adres waar ‘ie woonde: geen wonder dat ‘ie zich bijzonder ‘onkats’ gedroeg. Geen gelegenheid om wat dan ook te leren van poezenmams. Gelukkig leerde maatje Tully ‘em snel de kattenbak gebruiken en zichzelf wassen. Zelf heb ik ‘em eraan leren wennen geaaid te worden. Inmiddels ken ik weinig andere katten die zo fanatiek kroelziek zijn. Tot nachttemperaturen van boven de twintig graden Celcius vindt ‘ie het dolgezellig en knus om luid spinnend, intussen kwijlend, in m’n knieholtes op bed te komen liggen… Ik drijf van hitte en kwijl m’n eigen bed uit…
Bij de laatste verkiezingen stemde hij op de PS, de Partij der Staartigen, okee, met een machtiging aan mij, maar die stem heb ik natuurlijk netjes uitgebracht op de PS en niet op haar spiegelbeeldige landelijke moederpartij. Want zelf durft ‘ie niet goed de straat op: zijn die autokoplampen nou om mee te spelen of voor om weg te rennen?

Wat zien we hier? Rechts een creatief afwasrek. Als je de vaat buiten doet (moet doen, omdat je binnen geen wateraansluiting hebt maar buiten wel, bijvoorbeeld), dan kan je net zo goed de dode takken van een struikje gebruiken om de boel te laten drogen. In een land waar het in afgebakende periodes regent kan dat goed.
Als het regent, gaat het ook flink tekeer. Zo kon ik een gloeilamp betrappen aan een partydraad buiten een eettentje op het hebben van erg veel water in de body… Toen ik hier Ser op paniekerige toon over vroeg (‘Gevaaaaarlijk!’) reageerde hij Braziliaans relaxed: ‘Het water raakt de gloeidraad toch nog niet? Dus is het niet gevaarlijk.’ Okee, dan.

Ik schreef het hier al eerder: als je met z’n allen op elkaars lip gaat wonen, moet je zoeken naar wat je overeenkomstig hebt met de mensen om je heen. Om plezierig te kunnen samenleven. Maar op vakantie is het ongegeneerd zoeken naar de verschillen en je verwonderen.
Hierboven een gemiddelde Braziliaanse bouwput. Eerst worden de onderkomens voor de medewerkers neergezet, een groententuin aangeplant en klein (pluim)vee aangeschaft. Pas dan kan de bouw beginnen want de werkers slapen op de bouwlocatie. Dat scheelt uren reizen elke dag. De kalkoen op de achtergrond is dan ook zeker in de pan beland. Ik maakte deze reis in 2003 en het bouwproject is al een jaar voltooid. Tot die tijd scharrelde hij tussen dakpannen, boomstammen, schaven, zakken cement en vaten gif om het hout te imprigneren.
Let op de dakpannen. Ze zijn niet golfvormig zoals bij ons. Eerst wordt er een laagje kommetjes gelegd en daaroverheen een laagje boogjes – dezelfde pannen, maar dan op z’n kop. En dan heb je hetzelfde waterafvoerende effect.

En dan vaar je op een bootje tussen de mangrove-eilandjes en dan ontdek je een huisje waarop staat geschilderd ‘hier verkoopt men bier’… een kroeg! Midden in het oerwoud!
Read the rest of this entry »

Tommie Hoogenboom. Mijn neef en zoon van Ser en Tania. Hij woont in Niteroi, een voorstad van Rio de Janeiro. Ik heb ‘em in m’n hele leven maar twee keer ontmoet. Een keer kwam hij dik in de skikleren met Ser naar Nederland. Wat was het koud voor ‘em in februari.
De tweede keer was toen ik zelf op vakantie was bij Ser. Hoewel communiceren soms met handen en voeten moest, heb ik goede herinneringen aan hem. Zo heeft ie me, omdat zeilloos surfen niets voor meisje is, geleerd om op hoog opkomende golven te crawlen om me te laten neersmakken op het strand. Hier neemt ‘ie in Trenembé een douche. Wij zouden ‘em later volgen.
Hij was sowieso een goede gids. Zo verzamelde hij bijvoorbeeld de cactusvruchten toen we bij een wandeling die lang uitliep door ons water heenwaren en verrekten van de dorst. Wisten wij veel dat je dat vruchtvlees kon eten. De rode kleur schrikte ook nog eens af. Maar Tommie wist beter!