Als ik goed heb opgelet in Artis, dan is het enorme beest hierboven een vale gier (gyps fulvus). En als ze honger krijgen hoef je dus niet meer naar een dierentuin om ze te bewonderen, dan trekken ze vanzelf vanuit Spanje hierheen. In Spanje kreperen ze omdat de boeren kadavers niet meer in het veld of langs de kant van de weg mogen laten liggen. En of dat het nu van ‘Europa’ of van de Spaanse regering niet meer mag, het lijkt mij een onzinnige regel. Laat die beestjes (nou ja, spanweidte drie meter, dan mag je eigenlijk niet meer het verkleinwoord gebruiken) toch fijn de rommel opruimen. Dat doen ze al eeuwen en ze zijn er prima voor geëquipeerd met hun gladde, kale nekken.
Nu zijn ze dus in zwermen naar Nederland getrokken. Alsof wij niet nog cleaner en sterieler met onze omgeving omgaan dan de Spanjaarden: ze hoopten hier toch niet echt boeren Hollandse kadavers te vinden in het vrije veld, want dan komen ze bedrogen uit.
Enfin, als de nood aan de man komt kiezen ze gewoon eieren voor hun geld: liggen er geen dode schapen of anderszins, en hebben ze echt honger, dan zijn kleine weerloze prooien ook goed en worden het – zo grapte het journaal – ‘valsgieren’. Ik ben benieuwd wanneer de eerste berichten in de krant verschijnen dat er honden, katten en peuters tussen de klauwen de lucht in worden gehesen om elders te worden opgepeuzeld. Liever zou ik zien dat ze zich op onze talrijke, zieke stadsduiven en dito meeuwen zouden storten.

Op Radio 1 vroeg de journalist aan de deskundige wat zo’n gier nou denkt als ‘ie beneden zich op de grond een lekker konijntje ziet lopen.
Deskundige: Hij zou denken “Goh, wat een lekker konijntje, jammer dat het nog loopt.”
Luie donders, die aaseters!
Die Vale Gieren hebben hier wat rondjes gevlogen, toen waren het uiteindelijk Balen gieren, en ze zijn chagrijnig weer naar Spanje teruggevlogen. Ongeveer met hetzelfde gevoel als wij van hier naar Benidorm rijden en alle hotels zijn vol…