Altijd al gewild, een muziekinstrument bespelen. Op de kleuterschool mocht ik bij muziekles meestal de houten blokjes. En soms, als ik dreigde braaf mee te doen, mocht ik het statussymbool, de triangel, een atonale jens verkopen. Nee, ik lach er niet meer om, sinds ik weet dat er in het Rotterdam Philharmonisch een man zit die bloedserieus een aanloop neemt om op dit metalen driehoekje één toon ten gehore te brengen, precies op het goede moment, precies van juiste toonhoogte en van precies de juiste geluidssterkte. Maar een beetje beperkt is zo’n triangel natuurlijk wel, om dat als ENIG instrument te spelen.
Pap en mam hebben mij en broer nooit verplicht op muziekles gedaan. Vooral pap had daar uit zijn jeugd geen leuke herinneringen aan, muziekles, en dan geloof ik niet eens dat de lerares serieus en met veel kracht de pianoklep op z’n vingers liet neerdreunen als ‘ie een foute noot aansloeg.
Naar muziek luisteren en erop dansen vond ik altijd al leuk, maar rond m’n elfde, twaalfde speelde ik ook met het idee om panfluit te willen spelen, eh, vraag me niet waarom. Ik denk om het melancholieke geluid dat je uit zo’n verzameling feestrietjes kan halen. In het durp waar ik toen woonde kon dat in ieder geval niet geleerd worden. Niet veel later doorpiercete ik m’n onderlip met een ring en vielen sowieso de meeste blaasinstrumenten ter bespeling af (klarinet leek me een jaar of twee later ook heel cool, namelijk: Klezmer kreunen!).
Op de middelbare school mocht ik, in die schamele ene (de eerste) klas dat muziek op het program stond, helemaal niets. Ik bespeelde niets en zingen kon (en kan) ik niet. Dus restte mij als buitenbeen al snel, slechts, bij aanvang van de les te pogen de klep van de piano waarop de leraar ter verwelkoming zat te spelen op diens vingers neer te laten storten. Niet omdat hij vals speelde, maar omdat ik hem niet mocht: hij keek op me neer omdat ik ‘niets’ kon. Het reactievermogen van een twaalfjarige is vele malen beter dan dat van een bijna-sol-la-ti-do-pensionado: veel muzieklessen bracht ik op de gang of bij de conrector door, terwijl mijn klasgenoten braaf clavecimbel van klavier en fagot van hobo leerden onderscheiden of – hoe hip – mochten meezingen op Haleluhja van Milk & Honey. Op mijn Walkman (een mp3 met casettebandjes in plaats van nullen en enen, vraag maar aan je grootouders) stonden The Cure, U2, King, de Sex Pistols, Doe Maar, Depeche Mode en, heel voorzichtig Iggy & The Stooges: ik weet zeker wie er beter af was!
Lang sluimerde de wens om IETS te bespelen. De mogelijkheden waren weer talrijker omdat de piercing was verdwenen (en zo’n gat groeit dicht)…. en een paar jaar geleden probeerde ik dan ook gitaar. Wat een haat-liefdeverhouding kan je met zo’n instrument krijgen zeg! Zelfs als je er ‘Papa won’t leave me, Henrey’ van Nick Cave op speelt, slaat de balans door naar haat. M’n vingers raakten, bekneld, bezeerd, benard, getart, verknoopt, gefopt, be-eelt, verknipt, vervormd, verveeld, onttopt, gesart, verward, verveld… dat duurde drie maanden, toen vond ik het genoeg geweest. Zo veel kwelling met nauwelijks resultaat.
Nee, dan nu. Nu ben ik in de gloria. Of beter ‘into’ de muziek van Mano Negra en Manu Chao. En wel into de baspartijen. Eén snaar zo’n beetje tegelijk. Dat snap ik. En beter, dat ‘snappen’ m’n vingers. En als die mannen nu eens op de helft – nououou, nou zeg een kwart, van de snelheid gaan spelen -, dan kan ik gewoon mee optreden. Schaterend mailde ik leraar Bert dat 90 procent van de Mano Negra-nummers baspartijen kent voor slechts de bovenste twee snaren. Kijk, zo wordt muziek maken leuk: hard oefenen blijft nodig, voor de snelheid vooral, maar het is toch wel erg leuk als je met een van je favoriete bandjes al snel kan meeprutsen. (Prutsen, want ik hoor óók wel dat de bassist er vijf noten per maat extra ter versiering tussenrommelt…

Manu Chao is binnen handbereik, en de kliffen van Rammstein zijn al in zicht…
Blij om te zien dat mensen zich in mijn afwezigheid nuttig bezig hebben gehouden? Wanneer starten we de SP-band? ;-)
Morgen: ik kan ‘Want you no more’ van Manu Chao inmiddels op volle snelheid en ‘Reise’ van Rammstein met het spacy hardrock tussenstukje… of wordt het genre Nederlandstalig levenslied? Dan sla ik even over.
Jaaaaa SP band! Kennen we Bertus en de Posters nog? ;)
Hu hu, mag het iets swingender worden?