Archive for June, 2008


Je bent donor tenzij… (No Comments)

Toen ik zestien was, bestudeerde ik het donorcodicil van mijn vader. Hij verving het oude voor een nieuw exemplaar omdat het zo lang in z’n portemonnee had gezeten dat de inkt waarmee de verklaring was gedrukt en getekend in de loop der jaren onleesbaar was geworden. Hij moest er aan denken af en toe een nieuw papiertje te halen en opnieuw te tekenen.
Ik las het papiertje – voor het eerst – en na wat heen-en-weer-gepraat leek het me heel logisch om iets dergelijks ook te ondertekenen. Niet om er later zo nodig misschien een orgaan voor terug te krijgen… als zestienjarige ben je onsterfelijk, denk je. Het leek me gewoon niet meer dan normaal. Als ik dood ben, dan is dit lijf vrij nutteloos voor mezelf dus strip me dan maar kaal om iemand anders te helpen.

Enfin ik ben nu al jaren donor en de situatie is er voor de mensen op de wachtlijst voor een orgaan niet beter op geworden. Om een heel dubbele reden overigens: het aantal beschikbare organen is onder andere afgenomen door de afname van het aantal verkeersongevallen met dodelijke afloop. En tegelijkertijd is de techniek om te transplanteren verbeterd.

Hoe is de situatie dan nu?
De situatie nu doet me denken aan een oude mop.
Komt een skelet bij de dokter. Zegt de dokter: ‘Kon je niet eerder komen?’

Ja, daar kan je om lachen, maar dat geldt zeker niet voor mensen op de wachtlijst voor een orgaan als huid, hoornvlies, lever of nier, momenteel zo’n 1400. Van hen sterven er jaarlijks rond de 150 voortijdig. Voortijdig omdat ze goed geholpen hadden kunnen zijn met iemands nier of lever.
Maar al sterf je niet: dagelijks je nieren moeten spoelen omdat ze je anders vergiftigen is ook een vooruitzicht dat je niemand graag stelt.

En het aantal mensen, dat een donororgaan goed kan gebruiken stijgt alleen maar.

De ‘Grote Donorshow’ vorig jaar had de problematiek goed in de gaten. Al was het maar omdat ‘s lands kleinste, grootste schreeuwlelijk en BNN-directeur Bart de Graaf natuurlijk zelf een ernstige leveraandoening had.
Het programma vroeg er een jaar geleden – op een manier die naadloos aansloot op de hype van ‘weggeefquizzen’ – aandacht voor. De – naar bleek later fake-kandidaten die kans maakten op een nier – maakten goed duidelijk hoe hun kwaliteit van leven zou verbeteren als zij een donororgaan zouden krijgen.
Het program pleitte er toen al voor ons registratiesysteem te veranderen. Je zou niet moeten tekenen als je WEL donor wil worden. Het zou zo moeten zijn dat iedereen donor is, tenzij hij of zij dringende bezwaren heeft. Het ‘nee (je bent geen donor) – tenzij (je tekent) moet veranderen in een ja-tenzij syteem.

Zo’n systeem heeft me al lang een goed idee geleken. Leg maar uit waarom je je organen NIET wil afstaan. Ben dan maar bij de les als je geen donor wil zijn. Dat klinkt wat bot, maar zo bedoel ik het niet.
Ik respecteer allerhande redenen om geen donor te zijn, ik heb in discussie ook de meest – in mijn ogen – rare argumenten gehoord. Zo wil een kennis van me alles doneren, maar niet haar ogen… Die lijken haar essentieel voor welke vorm van leven na de dood dan ook, dat daar – waar dan ook – blind ronddolen haar echt afschuwelijk schijnt. Ik geloof het niet, maar zo’n keus is zo persoonlijk, treedt zo erg in iemands persoonlijke integriteit, raakt zo aan de kijk op leven en dood van iemand dat zo’n reden ten eerste nooit officieel uitgelegd dient te hoeven te worden, noch door wie dan ook ter discussie gesteld.
Laat staan dat er sancties op zouden moeten staan.

Ik respecteer dus ieders keuze en tegen voorgenoemd voorbeeld van de ogen zou ik niet eens tegenargumenten hebben. Behalve dan dat ik niet geloof in een leven na de dood.
Maar er zijn ook een paar tegenargumenten waar ik graag wel even op inga.

Sommigen mensen voelen zich met het ja-tenzij-systeem een soort eigendom van de staat. Ze voelen zich onvrij.
‘Sinds wanneer gaat de staat over mijn lichamelijke integriteit en bepaalt de staat wat er met mijn lichaam moet gebeuren?’
Wie deze vraag stelt zou ik willen zeggen: je bent wel meer dingen vanaf je geboorte verplicht van staatswege, omdat we samen hebben bepaald dat dat goed is voor de samenleving. Zo ben je scholier, belastingplichtige, vroeger was je zelfs soldaat…
En daar kan je allemaal geen formuliertje voor invullen om bezwaar te maken. Je krijgt geen brief met daarin ‘U bent scholier. Door onderstaand vakje aan te kruisen en de brief in bijgevoegde antwoordenvelop te retourneren geeft u aan geen gebruik te willen maken van ons onderwijssysteem.’

Een andere: ‘Stel dat ze met mijn orgaan een misdadiger redden van de dood!’- ik kan niet eens aangeven dat mijn hartklep niet naar Willem Holleder mag – is een soms gehoord argument.
Neem me niet kwalijk, als we vinden dat misdadigers dood moeten, dan voeren we de guillotine weer in, da’s een stuk sneller en pijnlozer, dus wellicht humaner dan doodgaan aan een leveraandoening. Maar gelukkig is nog steeds het grootste deel van Nederland tegen de doodstraf.
De kans is bovendien veel groter dat je met je organen een normaal of zelfs bijzonder goed mens redt.

Nog een arugment dan: Ik ben gelovig, dan mag je geen donor zijn… Ik ben geen pastor, imam of op een andere manier voorganger, dus ik durf niet zo goed voor god te spreken…dat kunnen die fans zelf allemaal veel beter, maar IK kan me niet voorstellen dat er een god is die je straft als je een voor jou inmiddels waardeloos deel van je lichaam afstaat om een ander mens een mooi leven te geven… sterker nog, een beetje god – in mijn ogen – beloont dat en schept er, mocht het belangrijk zijn voor het voortbestaan in een hiernamaals, zo het ontbrekende stuk weer voor je aan. Toch? God beloont toch onzelfzuchtig gedrag?

Vind ik dan toch ook niet dat mensen die geen organen willen doneren ze ook niet mogen ontvangen? Moet je dat niet regelen?
Ik vind van niet. Profijtbeginsel toepassen op zaken van leven en dood is cynisch. Donor ben je uit solidariteit… met elk mensenleven.

Terug naar de discussie nu. Na de Donorshow is er een debat geweest in de Tweede Kamer. Naar aanleiding daarvan is de De commissie Terlauw ingesteld die minister Klink zojuist, een jaar later, van advies heeft gediend en net als BNN pleit voor het ja-tenzijprincipe.

Belangrijk is natuurlijk wel – omdat de keuze zo ingrijpend is, voor het aanstaand lijk en nabestaanden dat de informatie over donorregistratie door iedereen goed wordt begrepen. Van universiteitsprof tot analfabeet, van iemand die hier al jaren woont en al eens met de vraag is geconfronteerd, tot iemand die zojuist staatsburger is geworden. Voor iedereen moet die keuze helder zijn.
Huisartsen, verpleeg- en ziekenhuisartsen en andere zorgmedewerkers kunnen daar een heel belangrijke rol bij spelen, bij die voorlichting.
Je kan je ook voorstellen dat bijvoorbeeld verstandelijk gehandicapten, die onder toezicht staan van een voogd onder het oude regime van geen-donor-zijn-tenzij blijven vallen omdat de problematiek niet duidelijk genoeg is uit te leggen aan de persoon in kwestie is. Kortom, bij twijfel, niet doen

Minister Ab Klink neemt de suggestie voor de verandering nee-tenzij naar ja-tenzij niet over.
Inmiddels heeft het kabinet zich achter de minister geschaard om de toestand te laten zoals ‘ie is. Uit het gesprek met de minister President gisterenavond op tv mocht ik optekenen dat er een paar belangrijke redenen zijn om het te laten zoals het is:

Men is bang dat een ‘ja’ misschien – omdat mensen niet reageren toch een ‘nee’ is van een wat ondoordachtzamer persoon, bijvoorbeeld… Grappig toch, we moeten van 101 kanten van dit kabinet onze eigen verantwoordelijkheid nemen. Maar dan KOMT het erop aan: je moet een brief waarin gemeld wordt dat je donor wordt… je moet je buigen over een vraag die er echt toe doet… en ineens twijfelt het kabinet er aan of we dat wel kunnen.

Laat die keus overigens alsjeblieft niet over aan de nabestaanden, zoals Ab Klink nu wil: zij zijn emotioneel op het moment dat zij moeten beslissen of hun dierbare donor moet zijn. Zij willen er helemaal niet aan denken dat je op het punt staat dood te gaan. In zo’n toestand kan je geen afgewogen keus maken. Bovendien moet je mensen in zo’n gemoedstoestand, waarbij ze je vermoedelijk nauwelijks weten te vertellen hoeveel vingers ze aan hun hand hebben, niet belasten met zo’n ingewikkelde en emotioneel verstrekkende vraag.

Tot slot twijfelt het kabinet aan de opbrengst van het aantal donoren door de wetsverandering. Zij menen door een algemene oproep en betere voorlichting die wachtlijst weg te werken. Ik geloof er niets van, bijvoorbeeld omdat ik toen ik 16 was heel laagdrempelig een codicil kon afhalen bij het postkantoor, ze stonden heel opvallend aan de balie, met een folder met uitleg erbij. En toen was het aantal donoren ook al te laag.

Mijn vader is dood, was donor en toch zijn z’n organen niet gebruikt: hij was al een paar uur overleden toen m’n moeder hem vond. Je organen zijn kwetsbaar zonder zuurstof en dus al snel onbruikbaar.
Denk dus ook niet dat je maar 150 donoren per jaar hoeft te werven: het aantal mensen dat nu vroegtijdig overlijdt. Dat moet echt een veelvoud zijn omdat er meerdere redenen zijn waarom potentiele donoren het alsnog niet kunnen zijn.

Daarnaast is het aantal geregistreerden in de ons omringende landen als Belgie, en Spanje erg gestegen na invoering van het ja-tenzijsysteem. Vanaf zo’n 25 procent meer doneren verwacht de commissie Terlouw. Sommige rapporten spreken van 50 procent meer donoren of meer…

Ik denk dat het precieze percentage niet eens zo uitmaakt.
Elk mensenleven in de wachtkamer dat je redt is belangrijk. En als de regering daarvoor de solidariteit een klein beetje strenger moet organiseren, dan moet ze dat doen.

———

De regelmatige bezoeker is wellicht verbaasd hier ineens een column tegen te komen… en dat ZONDER foto!
Bovenstaand verhaal schreef ik als eindopdracht voor de Rotterdamse kaderklas van de SP. En omdat ik er vierkant achtersta en echt hoop dat minister Klink morgen tijdens het debat tot inkeer komt, vond ik het jammer het verhaal weg te gooien na het 1 keer voor een beperkte groep uitgesproken te hebben.
Dat u het maar weet…
Dat u maar niet hoopt hier wekelijks meninkjes tegen te komen…

Rotterdam vanaf de Styx (No Comments)

Hef, Rotterdam
Soms vaart de Spido niet richting zee, maar juist de rivier op. Bijvoorbeeld voor de opera-voorstelling Orpheus. De foto’s van de voorstelling zijn zo goed als mislukt (flitsen hindert de spelers, niet-flitsen levert dus onscherpe plaatjes met mijn camera), maar vanaf de boot die ons van de ene scene naar de andere voerde – als voeren wij over de rivier de Styx, was het leuk knippen.

Hieronder Rotterdam vanuit een ander perspectief.

Read the rest of this entry »

Handwerpen (No Comments)

fonteinwater_Antwerpen_Groenplaats

Twee weken geleden was ik met de Rotterdamse SP-kaderscholing in Antwerpen. Eens in een andere omgeving discussieren dan in de zaal van een kantoorgebouw.
Aan het eind van de middag de stad in en de volgende middag een multiculturele rondleiding door de stad.

Hieronder een sfeerimpressie

Read the rest of this entry »