
Langs deze school fiets ik elke dag van werk naar huis. Ineens waren er mannetjes op een hoogwerker die het gebouw wit leken te gaan schileren. Maar het ging zo traag dat ik het niet zeker wist. Alles beter dan de verlepte blinde muur. Maar ineens was het werk gevorderd en was de muur wit… en weer een dag later stonden er contouren op van een schilderij… geweldig. Het bleek een deel van een veel groter geheel.Ik zou willen dat ze dat op veel meer plekken in Rotterdam deden: blinde muren versieren, vooral in Prins-Alexander wemelt ervan. Als het aan mij ligt met kunst of met mooi opklimmend groen. Vraag een kunstenaar of een klimop, passiflora of wilde wingerd, zeg maar.

Over deze kunstenaars was wel even wat te doen. Ze kwamen uit Sao Paulo en zouden Rotterdamse blinde muren mooi maken… daar hoorde ook het overschilderen bij van de Rotterdamse vuilverbrandingsoven… maar daar stond al een kunstwerk op! Niet dat dat mooi was, overigens. Ik krijg gelukkig de hype-berichten niet teruggevonden: uiteindelijk heeft men besloten dat de Brazilianen maar ergens anders moesten kwasten.

Wat zien we hier? Rechts een creatief afwasrek. Als je de vaat buiten doet (moet doen, omdat je binnen geen wateraansluiting hebt maar buiten wel, bijvoorbeeld), dan kan je net zo goed de dode takken van een struikje gebruiken om de boel te laten drogen. In een land waar het in afgebakende periodes regent kan dat goed.
Als het regent, gaat het ook flink tekeer. Zo kon ik een gloeilamp betrappen aan een partydraad buiten een eettentje op het hebben van erg veel water in de body… Toen ik hier Ser op paniekerige toon over vroeg (‘Gevaaaaarlijk!’) reageerde hij Braziliaans relaxed: ‘Het water raakt de gloeidraad toch nog niet? Dus is het niet gevaarlijk.’ Okee, dan.

Ik schreef het hier al eerder: als je met z’n allen op elkaars lip gaat wonen, moet je zoeken naar wat je overeenkomstig hebt met de mensen om je heen. Om plezierig te kunnen samenleven. Maar op vakantie is het ongegeneerd zoeken naar de verschillen en je verwonderen.
Hierboven een gemiddelde Braziliaanse bouwput. Eerst worden de onderkomens voor de medewerkers neergezet, een groententuin aangeplant en klein (pluim)vee aangeschaft. Pas dan kan de bouw beginnen want de werkers slapen op de bouwlocatie. Dat scheelt uren reizen elke dag. De kalkoen op de achtergrond is dan ook zeker in de pan beland. Ik maakte deze reis in 2003 en het bouwproject is al een jaar voltooid. Tot die tijd scharrelde hij tussen dakpannen, boomstammen, schaven, zakken cement en vaten gif om het hout te imprigneren.
Let op de dakpannen. Ze zijn niet golfvormig zoals bij ons. Eerst wordt er een laagje kommetjes gelegd en daaroverheen een laagje boogjes – dezelfde pannen, maar dan op z’n kop. En dan heb je hetzelfde waterafvoerende effect.

En dan vaar je op een bootje tussen de mangrove-eilandjes en dan ontdek je een huisje waarop staat geschilderd ‘hier verkoopt men bier’… een kroeg! Midden in het oerwoud!
Read the rest of this entry »

Tommie Hoogenboom. Mijn neef en zoon van Ser en Tania. Hij woont in Niteroi, een voorstad van Rio de Janeiro. Ik heb ‘em in m’n hele leven maar twee keer ontmoet. Een keer kwam hij dik in de skikleren met Ser naar Nederland. Wat was het koud voor ‘em in februari.
De tweede keer was toen ik zelf op vakantie was bij Ser. Hoewel communiceren soms met handen en voeten moest, heb ik goede herinneringen aan hem. Zo heeft ie me, omdat zeilloos surfen niets voor meisje is, geleerd om op hoog opkomende golven te crawlen om me te laten neersmakken op het strand. Hier neemt ‘ie in Trenembé een douche. Wij zouden ‘em later volgen.
Hij was sowieso een goede gids. Zo verzamelde hij bijvoorbeeld de cactusvruchten toen we bij een wandeling die lang uitliep door ons water heenwaren en verrekten van de dorst. Wisten wij veel dat je dat vruchtvlees kon eten. De rode kleur schrikte ook nog eens af. Maar Tommie wist beter!

Ik vind het altijd leuk om mensen te fotograferen. Het mislukt vaak, omdat ik ze graag vang in hun bezigheden. Ik wil niet dat ze poseren. Maar goed, dan bewegen ze nogal eens.
De mensen in de kano hierboven hebben boodschappen gedaan in Marau, alles in hun bootje geladen en nu varen ze rustig naar hun huis op een van de mangrove-eilandjes in de buurt.
Read the rest of this entry »

Niet alleen mensen worden grijs als ze oud worden. Palmbladeren verliezen ook de kleur en gaan hangen langs de stam.
Op Cuba komen 147 soorten palmen voor en die heb ik echt niet allemaal gezien. Hoeveel er voorkomen in Brazilië weet ik niet, maar het zijn er minstens even veel. Read the rest of this entry »

Toen ik in Brazilie was viel ik van de ene ‘ah’ in de andere ‘oh’ toen ik alle mooie planten zag. Maar ik heb dan ook geen groene vingers. Bij thuiskomst hielp m’n moeder me uit de droom: de meeste planten die ik daar heb gezien zijn (inmiddels of al heel lang) in Nederland verkrijgbaar en met wat geluk te houden. Maar daar groeien ze in het wild, soms ook als onkruid!
Read the rest of this entry »

‘Denkend aan Holland
zie ik brede rivieren
traag door oneindig laagland gaan’
En ik barst dan in huilen uit. Het is een pracht gedicht, waarvan ik hierboven de openingsregels citeer, want het doet wat met me maar ik heb zo’n hekel aan ‘dat vlakke land’. Het is helaas niet ‘mijn vlakke land’. Ik weet niet waarom. Het regent er ook altijd, of anders mist het wel of het zorgt voor blaadjes op NS’ rails. Ik heb geen speciale hekel aan het land waar ik ben geboren. Maar, yuk, het landSCHAP: die verrommelde Brabantse weilanden (leeg, want koeien moeten om wat voor reden dan ook op stal) met her en der een grijze varkensstal, yuk die mathematisch met slootjes doorsneden weilanden in het groene hart met her en der een geknotte wilg. En rijen populieren die aan de einder verdwijnen vervullen me met een intens verdriet en onbestemmige heimwee.
Zo’n polder van Eemnes ook. Troosteloos. Zelfs bij mooi weer. Ik val terug op Hans Dorrestijn om het te beschrijven. Beter dan dat kan ik niet.
Nee, geef mij maar bos op bergen, doorsneden met riviertjes en watervallen. Ik ben dus dol op zoiets als de Ardennen. Of de Pyreneeën aan de Franse kant. (De charme van de rood-dorre Spaanse kant is van een ander chapiter.)
Maar ook Brazilië kent een aantal mooie uitzichten. Zoals bovenstaande kust tussen Ilheús en Maraú.
Read the rest of this entry »

Lange tijd hoefde ik niet zo nodig naar de (sub)tropen. Het vooruitzicht slangen, spinnen en schorpioenen tegen het lijf te lopen benam me lang de lust. Ze zijn tenslotte dichter gezaaid dan de doktoren die je in geval van nood van het juiste tegengif moeten voorzien. En oh, vergeet de zandvlooien niet, die zich in je voet nestelen en daar eieren leggen. Je kan er op wachten: die eieren komen uit en de babyvlooien moeten zich toch ergens mee voeden…
Maar dat blijkt alleszins mee te vallen: het gevaarlijkste dier dat je kan tegenkomen is de mens. Die mening ben ik althans toegedaan na mijn beroving op Cuba.
Bovenstaande aasgieren zien er niet erg appeteitelijk uit, maar ze ruimen wel het strand op. Hier smikkelen ze van een aangespoelde dolfijn. Read the rest of this entry »
Houdt Liesken van ver reizen en lang in het vliegtuig zitten? Neen! Verre landen zijn leuk, of beter gezegd interessant, maar tien uur opgevouwen zitten in een vliegtuig…? Bovendien is er in Nederland zoveel moois te zien: binnenkort hier op deze weblog te bewonderen.
Maar al de moeite van het opgevouwen zitten, wordt geheel teniet gedaan als je bekenden hebt wonen op je reisbestemming.
Mijn oom Ser woont al bijna veertig jaar in Brazilië. De vroegste herinnering aan hem was toen ik een jaar of drie was en hij – zoals het een goed hippy betaamt – het knusse, nog wat naar spruitjes riekende Nederland verliet. Toen ik een jaar of tien was, was ‘ie weer even terug, om ons neefjes en nichtjes te imponeren met spannende verhalen over tropische spinnen van minstens 50 centimeter in omvang. In 1994 hopte hij weer even over, om sponsors te zoeken voor z’n project in Arrial d’Ajuda. Ik was net klaar met de grafische school en maakte met hem samen een mooi boekje over het project. Inmiddels is ie er ereburger van Porto Seguro mee geworden.

In 2003 had ik eindelijk genoeg geld om de oversteek naar Latijns-Amerika te maken.
Op mijn ‘ooit nog eens bezoeken’-verlanglijst staat Guinee (Conakry). Niet omdat ik me graag nog eens ga vergapen aan armoede, verre van, eerlijk gezegd, maar vriendin Marijke startte er een paar jaar geleden een school, Le Dauphin. Een school die het midden houdt tussen kleuteronderwijs en het onderwijs in onze groepen 3 en 4.
http://www.hetalfabet.nl/ Hier vind je meer info over de school en de doelstellingen. De site is moeilijk heel actueel te houden, vanwege het feit dat er maar zo om de dag stroom is, maar er staan een paar heel leuke foto’s op.
Ik ga gauw aan de slag om Brazilië-foto’s te bewerken en ze voor publicatie hier geschikt te maken.